Wijziging Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten 1 oktober 2024

09 okt 2024

In artikel 21 van de wet is een achtste lid aan artikel 6:96 van het BW toegevoegd, waarmee wordt beoogd de ongewenste stapeling van incassokosten bij termijnbetalingen van maximaal € 266,67 tegen te gaan.

Hoogte incassokosten

De wet regelt dat de incassodienstverlener na een aanmaning voor een achterstallige betaling van maximaal € 266,67 in een periode van zes maanden voor de eerste termijnbetaling van maximaal € 266,67 een bedrag van maximaal € 40 en voor volgende van deze termijnbetalingen € 20 aan incassokosten in rekening mag brengen. Bij elke nieuwe aanmaning wordt zes maanden teruggekeken voor het in rekening brengen van incassokosten.

Als de schuldeiser op grond van de regeling als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van het Bik voor elke achterstallige termijnbetaling van maximaal € 266,67 een afzonderlijke aanmaning stuurt, bedraagt het maximumbedrag aan incassokosten na zes maanden € 140 (€ 40 + 5 x € 20 euro). Zonder deze regeling zouden de maximale incassokosten voor termijnbetalingen van €266,67 na zes maanden afzonderlijk aanmanen per termijnbetaling € 240 (6 x € 40) bedragen.

Één aanmaning

In het tweede lid van artikel 2a is geregeld dat in geval van één aanmaning voor meerdere termijnen het hoogste bedrag aan incassokosten geldt dat voor een van de betreffende aangemaande termijnen in rekening kan worden gebracht.

Als een schuldenaar verzuimt zijn termijnbedragen van € 200 van januari 2022, maart 2022, april 2022, mei 2022 en december 2022 te betalen, kan de schuldeiser vanaf januari 2022 aanmanen. Als de schuldeiser voor de eerste keer in maart 2022 in actie komt, moet de schuldeiser de gemiste termijnen van € 200 van januari 2022 en van € 200 van maart 2022 in één aanmaning opnemen. Hiervoor mag de schuldeiser € 40 incassokosten in rekening brengen. Dit is het bedrag dat de schuldeiser als incassovergoeding voor de eerste gemiste termijnbetaling van januari 2022 in rekening had kunnen brengen als daarvoor een afzonderlijke aanmaning was verstuurd. Voor een afzonderlijke aanmaning van de gemiste termijnbetaling van maart 2022 had de schuldeiser een bedrag van € 20 in rekening kunnen brengen. Op grond van artikel 2a, tweede lid, mag in dat geval alleen het hoogste van de twee bedragen, in dit geval dus €40, in rekening worden gebracht.

Lees voor meer informatie en voorbeelden de Toelichting vanaf paragraaf 9 in de link hieronder (bron). Ook schuldinfo besteed hier aandacht aan. 

Openbaar nieuws